Intussen, aan de rand van het land

Sinds ik met m’n ouders eind jaren 70 uit Zweden naar België kwam, woon ik in Kalmthout. Helemaal in het noorden van het land. Wonen aan de rand van het land en aan politiek mogen doen in een minder gekend bestuur (de provincie): het is een ervaring die ik koester. Je mag dan geografisch noch politiek in het zenit van besluitvorming zitten, er is wel ruimte om quasi ambachtelijk aan politiek te doen.

Dat ervaar ik sterk wanneer ik met de vzw Kempens Landschap aan de slag ben. Kempens Landschap is een vereniging waar de provincie – samen met lokale besturen – werkt aan het bewaren van landschap, patrimonium, erfgoed en natuurschoon.

Noorderkempen
Noorderkempen

De vzw begon 15 jaar geleden met één doelstelling: de Landloperskolonie in Wortel en Merksplas in gemeenschapshanden houden. Dat was nodig. Want in 1993 was plots de wet op de landloperij in België afgeschaft. Dat moest zo van Europa. Maar ook de welzijnssector speelde een rol. Die verzette zich namelijk  tegen de landloperkolonies. Het gevangenisregime, de bewakers, de “colons” in hun uniformen… het strookte allemaal niet langer met de toenmalige opvattingen binnen welzijnsbeleid.

Nochtans werd Generaal Johannes Van den Bosch die rond 1820 de koloniën in de Lage Landen stichtte net als tijdgenoot Robert Owen later ooit omschreven als “utopisch socialist”. Hij geloofde in de maakbaarheid van de samenleving en gaf die letterlijk vorm in vijf koloniën: twee bij ons, drie in het noorden van Nederland. Het idee was om paupers uit de steden te halen, om hen werk en (her)opvoeding te bieden. Er waren vrije en onvrije kolonies met regimes die navenant in gestrengheid varieerden. Wat ze met elkaar gemeen hadden, was o.a. het laten bewerken van de “woeste heidegronden”.

Maar in 1993 werden de “Koloniën van Rijksweldadigheid” van de ene dag op de andere dus stilgelegd. Een handvol landlopers dat nergens heen kon, bleef/blijft er nog. Maar de landerijen geraakten in verval. De dreiging van versnippering van de vele honderden hectaren ongerepte natuur en landbouwgrond was plots zeer reëel.

Kempens Landschap is er na járen in geslaagd de gronden bij elkaar én in publieke handen te houden. Met hulp van overheden, grensoverschrijdend, van lokaal tot Europa, zoeken we nu middelen om de gebouwen te renoveren. Tegen 2018 hopen we de vijf te laten erkennen als Unesco werelderfgoed. Met veel beleidsmakers samen willen we aan dat alles nieuwe bestemming geven. Liefst één die aansluit bij de geschiedenis van sociale verheffing. Want het mag duidelijk zijn dat de welzijnssector in de jaren 90 een te haastig oordeel velde over de kolonies. Niet dat het paradijselijke oorden waren. Maar ze boden wel houvast aan mensen die balanceerden aan de figuurlijke rand van de samenleving. Mensen die, bij het sluiten van de koloniedeuren, als alternatief een kartonnen doos onder een brug in de stad vonden.

Hier in de Noorderkempen, aan de rand van het land, zien we vaker hoe snel waardevol gemeenschapsgoed kan verloren gaan. Zo verklaarde het nieuwe stadsbestuur van Antwerpen onlangs géén investeringen meer te doen in zijn vakantiekolonie Diesterweg in Kalmthout. Een plek waar duizenden stadskinderen sinds 1904 konden komen vakantie houden in gezonde buitenlucht. Dat wordt snel, gemakkelijk en “rationeel” beslist. “Want die kolonies, da’s niet meer van deze tijd” zo hoor je – opnieuw – denken.

Het lot van landelijke grensgebieden? Het ene na het andere (klooster)domein komt er leeg te staan of wordt verwaarloosd. Als je de speculanten vrij spel laat, staan die plaatsen straks volgebouwd met exclusieve condominiums of jetset resorts. Te veel beslissingen worden nog ingegeven door snelle besparingsdrift. Beslissingen die later “penny wise but pound foolish” zullen blijken. Het gevolg is dat we nadien geld en tijd moeten steken in het repareren van iets dat eigenlijk nooit echt aan relevantie had verloren.

Het werk rond de kolonies en dergelijke is boeiend, maar niet eenvoudig. Samenwerken tussen verschillende besturen, aan de rand van het land: het was en blijft taai veldwerk.