In memoriam Alain Verschoren

Lieve Alain,

Wat heb je ons doen schrikken, goed een week geleden. Het bericht dat je daar op Tenerife in het ziekenhuis was opgenomen, kwam totaal onverwacht. Je was er met jouw Lin, zoals vele malen eerder, om van het mooie eiland te genieten. Een eiland dat je intussen als je broekzak moest kennen, zo regelmatig liep je er langs voor je research en om studenten te begeleiden.

We spraken elkaar een paar weken geleden. We zouden afspreken, in Antwerpen, in de Universiteitsclub of zo. Er was weer veel te vertellen, jij was opnieuw grootvader geworden, ik keerde terug naar oude liefde internationalisering. Maar eerst ging je nog naar Spanje, naar je geliefde eiland.

Ruim twintig jaar geleden ontmoetten we elkaar voor het eerst. Aan het toenmalige RUCA vond ik een job die veel ruimte gaf voor initiatief, aan een universiteit die net uit een besparingsprogramma kwam en een nieuw elan gevonden had. Ik mocht er samenwerken met rector Walter Decleir, de gebroeders Verheyen, dr. Dr . Scheuerman, … Allemaal even wijs en …… grijs.

En toen werd ik plots geconfronteerd met een universitaire wetmatigheid: rectoren schijnen beperkt houdbaar te zijn. Na een bepaalde tijd komt er een andere. Jong, fris geweld lost dan de vorige generatie af. En plots was jij rector en dus mijn nieuwe baas.  Je zat vol frisse ideeën en drukte ze door, met aandacht voor de mensen, de kwaliteit van de werkomgeving en voor de combinatie werk-gezin. Plots geen vergaderingen meer op woensdagnamiddagen, een strijkdienst en deuren die wijd open stonden op het rectoraat, …

Je vroeg me toen je beleidsmedewerker te worden. Een sprong in het ongewisse voor jou en voor mij, maar ik ben je er heel dankbaar voor. Ik mocht van dichtbij zien hoe beleid gemaakt wordt, hoe besluiten vorm krijgen. Allerlei vergaderingen in voorbereiding van de fusie van de drie Antwerpse universiteiten gingen door in een villa in het park Den Brandt. Fijn werk in de zomer, in de winter goed om in het donker en slijk van het park je nek te breken. Het was zowaar het Poupehan van de Universiteit Antwerpen! Die meetings met beleidsmakers, waaronder jij, van toen nog drie kleine universiteiten blijven in mijn geheugen gegrift. Hoogoplopende discussies, harde woorden, veel spreekwoordelijk masseerwerk en dan, na de nodige academische kwartieren, een gentlemen’s agreement. Ik heb met grote ogen toegekeken en veel in m’n oren geknoopt. We hebben toen samen heel veel geleerd.

Je had ook regelmatig speeches nodig. Die mocht ik dan wel eens schrijven. Soms wist ik helemaal niet of niet helemaal waarover het ging –wiskunde?-, maar je reageerde altijd heel charmant en coulant. Soms gebruikte je ze, soms improviseerde je, soms schreef je stiekem zelf iets. Ik leerde ook gauw lange teksten te schrijven. Je spreektempo lag zo hoog, een speech van tien minuten had je afgewerkt in vijf… Alain, ik voel me bevoorrecht dat je me zo inkijk gaf op het gevarieerde, stresserende, meestal – maar niet altijd – boeiende leven van een rector zoals het is: soms informeel, vaak formeel, soms stekelig, vaak vriendelijk, soms succesvol, vaak frustrerend, altijd bezig.

Onze paden kruisten opnieuw vanaf 2006 toen ik vanuit de provincie onderwijsmaterie mocht behartigen. We kwamen elkaar dan regelmatig tegen en werkten weer samen. Zo hadden we ook gelegenheid om samen een groot internationaliseringscongres te verwelkomen in Antwerpen. Met meer dan duizend deelnemers uit alle hoeken van de wereld was het een groot succes. Het slotmoment was voorzien in het centraal station. Jij zou er de slotspeech geven. Maar jij was slimmer dan dat en liet de eer aan mij. Bleek toen dat toespraken houden in een station, laat het dan nog onze spoorwegkathedraal zijn, geen cadeau is. Het galmt er verschrikkelijk en je wordt voortdurend onderbroken door aankondigingen over treinen die “met een vermoedelijke vertraging van 10 minuten” in het vooruitzicht worden gesteld. Ik leerde toen uit jouw voorbeeld: sommige speeches moet je niet geven. Een simpele “op uw gezondheid” kan volstaan.

Lieve Alain, vanavond hef ik het glas. Op jou. Op onze vriendschap.
We’ll meet again, somewhere over the rainbow.

Inga